Berlijn. Een wereldstad met 3,5 millioen inwoners, waaruit er 18 procent werkloos zijn. Een draaikolk van gebeurtenissen die zelfs de perversste dwaas niet zou kunnen bedenken mochten die niet waar zijn. De hoofdstad van de holebi´s, al sinds de jaren twintig. Een melting pot van culturen. Wij ertussen met drie kinderen in een vreemde woning met meubels van de jaren vijftig, wellicht opgeraapt op één van de rommelmarken deze stad rijk is, met een schilderij van Lenin aan de muur. Retro? Geen idee…
Retro is hier precies in trek. Van onze woning in Wedding, een levendige gemeente met een turkse stempel ten noord-westen van het centrum, kom je tot aan de U-bahn drie straten verder ongeveer vijf rommelwinkels voorbij. Allemaal spullen waar je je van afvraagt waarom ze al lang niet in warmte omgezet werden in verbrandingsovens. In het centrum zelf kom je er ook tegen, maar daar noemen ze “retro” of “vintage”.
Of Lenin in de gang, en het boek van Lenin in de living nu “retro” of “recycleerbaar” is, dat weet ik niet. Wat ik wel weet is dat na de lange jaren van het communisme en alle terreur dat het met zich meebracht deze stad wel een pauze verdient van dergelijke geschifte personages. Want onze tot nu toe driedaagse kennismaking met de geschiedenis van Berlijn van de 20ste eeuw is niet voor watjes.
Niet ver van de beroemde symbolische Brandenburger Tor is op een reuze oppervlakte in het hart van de stad een betonnen bos ontstaan. Allemaal grijze blokken, allemaal even breed en even lang, alleen de hoogte verschilt. Eerst lijkt het een beetje simplistisch opgezet, totdat je tussen de blokken heen treedt en je in een mum van tijd in een claustrophobisch doolhof bevindt van hoge zuilen met smallen doorgangen waar je niets of niemand meer terug vindt. Erg symbolisch. Kinderen vinden het doorgaans prachtig om er door te lopen, ik werd er misselijk van. De symboliek van het Joodse noodlot lag er dik, maar toch niet overdreven, op. Pure gruwel.
De architecten kregen in Berlijn in de jaren 90 een blanko kaart. Wat een uitdaging! En wat een pracht ervan ontstaan is – de Potsdammer platz of de nieuwe regeringsgebouwen aan de Spree vol glas en onverwachten hoeken, of de totaal geschifte winkelpassages aan de Friedrichtstrasse.
Maar dan spring je op de double-decker 200 en laat je je langs al het historische erfgoed, nog geen twee kilometers verder naar de overkant van de rivier brengen en daar, op nog geen drie honderd meter van de Berlijnse katedrale, sta je voor het lelijkste der paneelgebouwen, regelrecht terug in het Oost-blok. Ook goede morgen….
De muur staat er al lang niet meer, maar op vele plaatsen is het even duidelijk aan welke kant men zich bevindt. Toch blijft het fascineren. Wat dachten de mensen aan de beide, toen nog ongescheide kanten van de stad toen ze op 13 augustus 1961 ´s ochtends overal soldaten in de weer zagen een muur te bouwen, middel door straten, soms midden door huizen. Dat kunnen die toch niet menen zou een menige ongelovige Thomas hebben gedacht, niet eens in overweging nemend dat hij binnen een paar dagen niet meer naar zijn werk in het Westen, of nog erger, naar zijn eigen familie zou kunnen gaan.
Toen bleek dat één muur niet genoeg was en mensen wierpen zich uit vensters om over de muur te geraken, begon de DDR regime de muur alsmaar te versterken. Eerst gingen alle vensters die uitzicht gaven over de muur dichtgemetseld worden en mensen geevacueerd. Dan gingen ze de gebouwen slopen, en zelfs een kerk, om een beter inzicht te hebben van wat er in het muurgebied gebeurt. Dan kwam er nog een binnenste muur en ertussen waakhonden, waaktorens en automatische schietgeweren. En toch bleven mensen hun levens riskeren om over die muur te geraken. Met tunnels graven, mensen smokkelen in luidsprekers of surfplanken, kinderen in winkeltassen. Dikwijls lukte het, dikwijls niet, zoals weergegeven door het Haus am Checkpoint Charlie, een beroemde oversteekplaats naar de Amerikanische sector, of in het Documentatie centrum aan Bernauerstrasse waar een stuk muur met de verschillende zones plus een waaktoren bewaard gebleven is.
Frappant is dat er vandaag de dag maar weinig van de lugubere sfeer van de oorlog en de naoorlogse geschiedenis in de lucht is blijven hangen. In tegendeel. Het bruist hier met mensen, eerder jong dan oud, en eerder alternatief dan in grijze pakken. Zodra de zon doorkomt schieten er terrasjes als paddestoelen uit de grond. Tussen bellenblazers zigzagen fietsers, in de lucht schitteren fragmenten van saxofoonmelodieën die naar hier overgewaaid zijn van de oevers waar de rederijen het druk hebben om toeristen de nieuwe glamoureuze gebouwen van de rijkskanzler langs de waterkant te laten zien. Een echte leuke stad. Desondanks alle vooroordelen.
Veel foto´s zijn hier te vinden.