Een derde tandje begint bij mij door te breken en mijn tandvlees boven staat vol bobbeltjes,het gaat niet lang duren of mijn glimlach wordt er een van een roofdier. Ik heb een nieuwe passie ontdekt – namelijk het proeven van en likken aan onroerende voorwerpen. Pak maar de rand van de salontafel bij voorbeeld. Of de onderkant van een spiegel of de zitoppervlak van een stoel. Net op mijn hoogte, gemakkelijk om mijn tongetje erom heen te wikkelen en te proeven. Vies? Wablieft? Niks van! Lekker!
Ik kan ook al heel wat. Handjes klappen doe ik meestal als ik iets uitspook en mama boos wordt. Er moet toch iemand zijn die mijn prestatie kan waarderen zeker, of niet? Bij gebrek aan beter moet ik voor mezelf applaudiseren. Wuiven doe ik ook af en toe, maar nooit op bevel, neen neen, dat niet. Oh ja, en ik ben een behaarde aap, echt waar. Ik weet niet wat ik met mijn haar aan moet vangen. Het blijft maar groeien, vooral rondom mijn oortjes en boven mijn oogjes is het eigenlijk niet zo plezant. Ik krijg binnenkort nog staartjes denk ik. Niet dat die lang hun vorm gaan kunnen houden uiteraard…
Ik slaap redelijk goed, soms word ik wakker als mijn tutje uit mijn mond valt. Dan roep ik totdat iemand hem er terug in stopt. Ik houd ontzettend van water, als ik maar in de buurt van de badkuip kom dan begin ik opgewekt op en af te wippen. En ik wil al zo graag met de grote mensen eten! Vooral gebak, daar kan ik echt niet van afblijven, daar komt altijd ruzie van. Maar fruit integendeel, daar ben ik een beetje op uitgekeken. Het is ook altijd hetzelfde zeg, appel, soms peer, banaan. Ik mag in feite niet veel meer met mijn dieet, zeker geen tropische vruchten, dus daarmee is de kous af. Was het maar terug zomer, pruimen, daar was ik gek op!
Papa was de hele vorige week ver weg, Minnessota zei mama, min veertig en veel sneeuw. Nou, dan hij had ook even goed thuis kunnen blijven, de berg sneeuw op ons terras is ook nog niet gesmolten…