Monthly Archives: May 2009

Catch 22 oftewel het Praagse kafkaisme

Julie heeft haar eerste brief gekregen. Op een mooi vezelpapier en met de handtekening van de burgemeester zelf.  Hij nodigt ze uit voor een plechtige baby welkomceremonie. Mooi, maar ik ligt plat  dus bel ik de gemeente met de vraag of we een volgende welkomsessie mogen bijwonen. “Uiteraard mevrouw”, antwoordt een vriendkafka-pragueelijke ambtenaar, “we zullen U contacteren op het adres Kloknerova 1199/21”. Wacht, zeg ik, wat zegt U? Daar wonen we helemaal niet! “Ah nee? Maar zo staat het in onze bestanden”, zegt ze. Ik zeg dat wij in Kloboukova wonen en of ze het wil aanpassen. Dat kan ze niet, want ze hebben de gegevens zo gekregen van de dienst burgerlijke stand. Bel ik naar de burgerlijke stand. “Maar mevrouw, Uw dochter is geboren in Praag 5 dus moet U naar de burgerlijke stand van Praag 5 bellen”, zeggen ze. Ik opper dat ik geen post krijg van Praag 5 maar wel van  onze gemeente Praag 11. Neen, houdt de ambtenaar stuk bij voet, “Julie is hier niet geboren, dus haar gegevens moeten aangepast worden in Praag 5. Plus Kloboukova straat ligt helemaal niet in Praag 11, maar ik Praag 4.” Nou, is dat mij een verassing! We wonen hier al bijna drie jaar en krijgen zelfs uitnodigin van de gemeente van Praag 11 voor een welkomceremonie, en ineens blijkt dat we ergens helemaal anders wonen. Een beetje absuurd. Dus bel ikkafka dienst bevolking. Ik probeer het duidelijk te maken dat ik wil voorkomen dat de gemeente alsnog post naar een verkeerd adres stuurt en dat ik wil dat ze checken of het een eenmalige vergissing was van een onoplettende ambtenaar of of ze het adres echt verkeerd in hun bestanden hebben. “Mevrouw”, begint de ambtenaar van de dienst bevolking, “wij mogen U geen informatie verstrekken via de telefoon, U moet persoonlijk komen met Uw ID kaart en een schriftelijk aanvraag indienen en dan zullen we U de gegevens degene we over Uw dochter in onze bestanden bewaren laten geworden”. Ik moet helemaal geen gegevens van mijn dochter hebben, zeg ik, ik ken ze, ik wil alleen zeker zijn dat jullie ons adres correct hebben. “Volgens de wet wordt een kind ingeschreven op de vaste verblijfplaats van de moeder tenzij anders op voorhand aangegeven”, zegt de slimmerik, “dus kijkt U mevrouw maar even op Uw ID kaart wat voor adres daar staat”. Ik moet helemaal niet op mijn ID kaart kijken, wil ik roepen, ik weet wat er opstaat en het is Kloboukova en niet Kloknerova. “Indien U in Kloknerova woonde  voor de geboorte van de kleine, mevrouw, dan moet het kind in Kloknerova ingeschreven staan.” Ik, noch mijn man, noch mijn andere kinderen hebben nooit in Kloknerova gewoond en zijn het ook niet van plan, opper ik. Trouwens, Kloknerova 1199/21 bestaat niet eens. Een straat van die naamcatch22 is hier twee straten verder, maar zo´n nummer is er niet. “Als wij er post op sturen, dan bestaat het adres wel,” beweert de ambtenaar met een onweergeefbare logica. Maar het bestaat niet en we wonen er niet. En hij begint zijn liedje opnieuw. “Als U wil weten welk adres we onder de naam van Uw dochter registreren, moet U persoonlijk komen en een schriftelijke aanvraag indienen….” Hij kan helemaal niets voor mij doen, zegt ie. Dag meneer, verbind me door met Uw verantwoordelijke. Opnieuw de hele uitleg gedaan. “U moet met Uw pasje komen, mevrouw…” Neen, roep ik aan de telefoon. Ik kan niet komen, ik ben aan bed gekluisterd en zal het nog lang zijn. “Laat dan Uw man komen!” Nee, want hij is een buitenlander, hij kan met U niet praten. “Hebt U dan geen oma die kan komen?” Ja, we hebben een oma, en die zorgt momenteel voor een baby van twee maand, voor mij, voor mijn andere twee kinderen en voor het hele huishouden, en zou dus gewoon voor de plezier van een paar ambtenaren met heel de circus een uitstap moeten maken naar de andere kant van Praag 11 waar de gemeente burelen liggen? Ik denk het niet. “Maar mevrouw, ik kan U geen informatie aan de telefoon verstrekken”. Ik moet ook geen informatie hebben! Ik ben degene die jullie informeert dat jullie rommel hebben in jullie adresbestanden. En ik vraag voor de zoveelste keer of ze niet gewoon even kan kijken in hun bestanden om te zien of een ambtenaar eenmalig een fout heeft gedaan met het intyppen van ons adres, of het adres effectief verkeerd in hun bestanden staat. Ze geeft toe. Vraagt het geboorte nummer van het kind en vraagt mij hoe ze moet heten en waar ze moet wonen. In Kloboukova, zeg ik. “Ok”,  zegt ze, “het was een eenmalige vergissing”. Halleluja – en om dat te weten te komen heb ik met vier personen viertig minuten moeten bellen. Lekker kafkaiaans, niet waar?

De tandenfee is langs geweest…

Louisa is haar eerste tandje kwijt, vanonder in het midden. Het zat er al lang te wiebelen maar noch mama noch papa waren dapper genoeg om het er uit te trekken. Erg, heh… Op den duur wou Louisa zelf naar de tandarts gaan om er van af te zijn, maar voor het zo ver kwam is het tandje zo scheef komen staan dat papa toch alle moed bij elkaar heeft gepakt om de klus te klaren. En het bleek dat het nieuwe tandje scheef eráchter en niet erónder tandenfee.2gifis. Raar, dus toch liever naar de tandarts. Niet erg, zegt de tandarts, maar zijn broertje hiernaast zit ook al zenuwachting te wachten, laat ons die ook even op reis sturen. En dus is Louisa op één dag tijd twéé tandjes kwijt…

Niet zo´n gelukkig begin van mei…

  Het zag er prachtig uit – de hemel was blauw, een matiginlines windje en zachte temperaturen deden gauw aan volle zomer denken. Het ging de eerste ambicieuze uitstap zijn van ons gezinnetje van vijf – twee grote mensen op inline schaatsen, twee kleine mensen op fietsjes en een baby in de koets – een perfecte combinatie voor een geslaagde daguitstap.

Het nieuw aangelegde fiets- en schaatspad langs de rivier op het noorderlijke randje van Praag met zijn vele kronkels en adembenemedne rotsen gaf ons ook het gevoel van een buitengewoon plezante ervaring. Schaatsen met de koets is in een mum van tijd in heel Tsjechie tot een lievelingssport uitgegroeid van vele jonge ouders die het niet helemaal zien zitten om met hun kroost enkel zandbakken aan te doen…

2009-05-01 005

Maar het mocht niet baten die dag. Een kleine pauze aan dit terrasje was dan ook het laatste rustige moment van die dag.

2009-05-01 004 We waren amper vetrokken om onze tocht voort te zetten toen het gebeurde. Ik van voren met Julie in de koets, Luc en de kindjes ietwat achter mij. Op een afstand van ongeveer dertig meter zag ik voor mij een stilstaande fietser op zijn fiets op te stappen. Met zijn uitrusting en merksportskledij gaf hij de indruk om binnen enkele seconden achter de horizon te verdwijnen. Ik zag dus geen nood om op mijn hoede te zijn en schaatste rustig voort. Hij deed echter iets onbegrijpelijks – in plaats van rechtdoor te vetrekken begon hij ineens van links naar rechts te zigzakken, net als een kind dat voor de allereerste keer probeert te fietsen. Was hij dronken? Dat zal ik niet meer te weten komen. Op het moment dat ik hem met de koets passeerde rukte hij met zijn stuur naar links en botste pardoes tegen de koets. Ik verloor mijn evenwicht en viel met een grote “krak” in mijn rug op de grond, op mij viel de koets, op de koets deze sukkel en bovenop die hoop zijn fiets. Ik zag Julie uit de gekipte koets naar buiten glijden en strekte mijn armen om ze te vangen maar kon er niet bij, ik was volledig ineengezakt. Ze belandde met haar rug op de harde wegdek van het pad en begon te wenen.

2009-04-25 158 Voorbijgangers hebben de ambulance gebeld. Ik lag uitgestrekt op de door zon verwarmde asfalt te kreunen van de pijn in mijn kruis, onmachtig, met stuipen in mijn handen en in shock. Julie kalmeerde stilletjes in Luc zijn armen. De fietser toonde spijt – en voor we het wisten was er stiekem van doorgegaan. Het heeft lang geduurd voordat de ambulance haar weg wist te vinden op het uitsluitend voor niet gemotoriseerde gebruikers bestemd pad te vinden. We werden allemaal meegepakt naar het ziekenhuis. Een rentgen foto bij Julie heeft ons gerustgesteld dat ze niets mankeerde, bij mij heeft die echter een ontnuchterende waarheid naar boven gebracht – een gebroken wervel.

Terwijl ik afgevoerd werd naar een ander ziekenhuis dichter bij ons thuis, stond Luc met drie kinderen, vier helmen, twee kinderfietsen, twee paar schaatsen en ene koets bij de poort van het ziekenhuis, terwijl onze auto aan de rivier stond. En pech wou dat mijn ouders buiten stad waren, mijn zuster nam niet op en mijn schoonbroer op het werk zat. Gelukkig heb ik een vriendin kunnen bereiken die zelf geen auto had maar ze wist een buurman te overtuigen om met zijn auto Luc en zijn entourage te gaan redden.

Nu lig ik thuis, al de zesde dag. Ik weet precies elk lijntje en onregematigheid in ons plafond. Zo niksen mag ik nog lang – in het ziekenhuis heb ik een corset gekregen die me toelaat om een paar keer per dag op te staan om naar de wc  te gaan – een heuse uitstap waarvan ik uitgeput terug in mijn bed stort. Pardon – van storten is geen sprake – zoals ik omhoog word gehesen, zo word ik ook voorzichtig omlaag gelaten door de vaste arm van Luc die al geoefende spieren begint te vertonen. “Je mocht gaan wandelen met de koets, hoor, mevrouw, als je die corset aan hebt!” zei de kinesiterapeute in het ziekenhuis optimistisch. Awel, mijn eerste wandeling van mijn bed naar de badkamer eergisteren eindigde in flauwvallen, dus veel meer dan op mijn rug liggen is aan mij momenteel nog niet besteed.

Luc en mijn naasten hebben het nu hard te verduren. Mijn ouders, zuster en vriendinnen wisselen in shiften om hier overdag voor mij en Julie te zorgen, Luc neemt de karwei ´s avonds en ´s nachts over. Louisa en Amélie zijn van streek, hoe lief ze ook voor mij en Julie zijn, des te meer kibbelen en ruzien en vechten ze onder melkaar alsof ze hun stress en verdriet moeten afreageren. Een helse kabaal zal eenieder voorbijganger moeten denken als hij ons huis in de avonduren passeert.

Gelukkig ziet het ernaar uit dat Julie in orde is. En ik kan ook mijn armen en benen bewegen, dus een volledige herstel is een kwestie van deze lange weken te verduren. We kijken allemaal al naar de zomer uit – om weer eens een gezellig uitstapje met ons allen te maken 🙂