Op 17 november was het twintig jaar geleden dat er een volksopstand, genoemd de Fluwelen revolutie, het communistische ten val heeft gebracht.
Het waren toen ijskoude dagen. Misschien kwam het door de massa´s volk maar vooral door de opwinding dat we toen de kou niet tot ons binnenste hebben laten dringen.
De eerste dagen stonden we op het Wenceslas plein met tienduizenden, een paar dagen later met honderdduizenden en rond de 27ste november zelfs met een millioen op het Letná plein vlak bij de Praagse burcht. Er straalde een sereniteit, broederschap, eendracht en hoop uit die deinende massa. De knapperige lucht weerkaatste het gedreun van de leuzes die smeekten om verandering en puilden tegelijkertijd uit in humeur. Af en toe kwamen er honderduizenden bossen sleutels omhoog waarvan het gerinkel het einde moest luiden van het oude tijdperk.
Anno 2009 wandel ik door de Tsjechische hoofdstad met mijn Belgische man. Samen met een paar Duitse vrienden maken we een wandeling onder de warme zonnestralen, het moet buiten zeker 17 graden zijn. We praten Nederlands en Tsjechisch en Duits, en het lijkt de normaalste gang van zaken. Ondenkbaar twintig jaar geleden.
Ik vraag me dikwijls af hoeveel historische gebeurtenissen wel of niet zouden plaatsvinden mocht het weer niet mee zitten. Zouden er in Tsjechïe twintig jaar geleden nog meer mensen op straat zijn gekomen als het zo warm was zoals dit jaar? Zouden het er veel minder zijn geweest mocht het hebben geregend?
Hoe het ook zij, het is een rare herfst dit jaar. Vorig jaar hebben we eind November al geskied. En nu krijgen bomen knoopjes. En onze democratisch verkozen president Václav Klaus waar we niet van weten af te geraken reist de wereld rond en verkondigt dat er geen sprake is van globale verwarming en dat we veel beter af zouden zijn zonder de Europese unie. Wat voor een paradoxen….