Vlak bij het zomerhuis van mijn ouders in Bezdědice ligt een toverbos. En in dat bos leeft een haasje dat snoep aan kinderen uitdeelt. Je moet soms maar mee gaan om te zien. Louisa, Amélie en Petříček wandelen hand in hand door het bos en roepen in alle tonen luid: “Zajíčku! Zajíčku!” (haasje, haasje). En dan ineens gebeurt het. Op een boomstronk staat een pakketje met pardoes de lekkernijen die ze zo graag bij babi en děda eten. Hoe zou het haasje in het bos weten dat de kindjes langs komen? Dat zijn we nooit te weten gekomen. Děda ook niet, ook al gaat ie telkens op voorhand achter het haasje in het bos zoeken…
Wonderhaasjes in het bos
Leave a reply