Het zag er prachtig uit – de hemel was blauw, een matig
windje en zachte temperaturen deden gauw aan volle zomer denken. Het ging de eerste ambicieuze uitstap zijn van ons gezinnetje van vijf – twee grote mensen op inline schaatsen, twee kleine mensen op fietsjes en een baby in de koets – een perfecte combinatie voor een geslaagde daguitstap.
Het nieuw aangelegde fiets- en schaatspad langs de rivier op het noorderlijke randje van Praag met zijn vele kronkels en adembenemedne rotsen gaf ons ook het gevoel van een buitengewoon plezante ervaring. Schaatsen met de koets is in een mum van tijd in heel Tsjechie tot een lievelingssport uitgegroeid van vele jonge ouders die het niet helemaal zien zitten om met hun kroost enkel zandbakken aan te doen…
Maar het mocht niet baten die dag. Een kleine pauze aan dit terrasje was dan ook het laatste rustige moment van die dag.
We waren amper vetrokken om onze tocht voort te zetten toen het gebeurde. Ik van voren met Julie in de koets, Luc en de kindjes ietwat achter mij. Op een afstand van ongeveer dertig meter zag ik voor mij een stilstaande fietser op zijn fiets op te stappen. Met zijn uitrusting en merksportskledij gaf hij de indruk om binnen enkele seconden achter de horizon te verdwijnen. Ik zag dus geen nood om op mijn hoede te zijn en schaatste rustig voort. Hij deed echter iets onbegrijpelijks – in plaats van rechtdoor te vetrekken begon hij ineens van links naar rechts te zigzakken, net als een kind dat voor de allereerste keer probeert te fietsen. Was hij dronken? Dat zal ik niet meer te weten komen. Op het moment dat ik hem met de koets passeerde rukte hij met zijn stuur naar links en botste pardoes tegen de koets. Ik verloor mijn evenwicht en viel met een grote “krak” in mijn rug op de grond, op mij viel de koets, op de koets deze sukkel en bovenop die hoop zijn fiets. Ik zag Julie uit de gekipte koets naar buiten glijden en strekte mijn armen om ze te vangen maar kon er niet bij, ik was volledig ineengezakt. Ze belandde met haar rug op de harde wegdek van het pad en begon te wenen.
Voorbijgangers hebben de ambulance gebeld. Ik lag uitgestrekt op de door zon verwarmde asfalt te kreunen van de pijn in mijn kruis, onmachtig, met stuipen in mijn handen en in shock. Julie kalmeerde stilletjes in Luc zijn armen. De fietser toonde spijt – en voor we het wisten was er stiekem van doorgegaan. Het heeft lang geduurd voordat de ambulance haar weg wist te vinden op het uitsluitend voor niet gemotoriseerde gebruikers bestemd pad te vinden. We werden allemaal meegepakt naar het ziekenhuis. Een rentgen foto bij Julie heeft ons gerustgesteld dat ze niets mankeerde, bij mij heeft die echter een ontnuchterende waarheid naar boven gebracht – een gebroken wervel.
Terwijl ik afgevoerd werd naar een ander ziekenhuis dichter bij ons thuis, stond Luc met drie kinderen, vier helmen, twee kinderfietsen, twee paar schaatsen en ene koets bij de poort van het ziekenhuis, terwijl onze auto aan de rivier stond. En pech wou dat mijn ouders buiten stad waren, mijn zuster nam niet op en mijn schoonbroer op het werk zat. Gelukkig heb ik een vriendin kunnen bereiken die zelf geen auto had maar ze wist een buurman te overtuigen om met zijn auto Luc en zijn entourage te gaan redden.
Nu lig ik thuis, al de zesde dag. Ik weet precies elk lijntje en onregematigheid in ons plafond. Zo niksen mag ik nog lang – in het ziekenhuis heb ik een corset gekregen die me toelaat om een paar keer per dag op te staan om naar de wc te gaan – een heuse uitstap waarvan ik uitgeput terug in mijn bed stort. Pardon – van storten is geen sprake – zoals ik omhoog word gehesen, zo word ik ook voorzichtig omlaag gelaten door de vaste arm van Luc die al geoefende spieren begint te vertonen. “Je mocht gaan wandelen met de koets, hoor, mevrouw, als je die corset aan hebt!” zei de kinesiterapeute in het ziekenhuis optimistisch. Awel, mijn eerste wandeling van mijn bed naar de badkamer eergisteren eindigde in flauwvallen, dus veel meer dan op mijn rug liggen is aan mij momenteel nog niet besteed.
Luc en mijn naasten hebben het nu hard te verduren. Mijn ouders, zuster en vriendinnen wisselen in shiften om hier overdag voor mij en Julie te zorgen, Luc neemt de karwei ´s avonds en ´s nachts over. Louisa en Amélie zijn van streek, hoe lief ze ook voor mij en Julie zijn, des te meer kibbelen en ruzien en vechten ze onder melkaar alsof ze hun stress en verdriet moeten afreageren. Een helse kabaal zal eenieder voorbijganger moeten denken als hij ons huis in de avonduren passeert.
Gelukkig ziet het ernaar uit dat Julie in orde is. En ik kan ook mijn armen en benen bewegen, dus een volledige herstel is een kwestie van deze lange weken te verduren. We kijken allemaal al naar de zomer uit – om weer eens een gezellig uitstapje met ons allen te maken 🙂